1573 приказ

Блог

Haarlem hield vervolgens lang stand tegen de soldaten van de Spaanse commandant. Het beleg duurde van december 1572 t/m juli 1573. Toen de stad viel executeerden de Spanjaarden ongeveer 2000 soldaten en aanhangers van Willem van Oranje. Het beleg van Haarlem had het Spaanse leger echter wel verzwakt. De Spaanse soldaten hadden maanden in koude loopgraven onder vuur gelegen en zij leden zware verliezen. Ondertussen hadden andere opstandige steden tijd om hun verdediging te versterken.

Toch waren slechts de bastions en wallen in het zuidwesten van de stad gereed op het moment dat de Spanjaarden in augustus 1573 verschenen. Het geplande bastion bij de Friesepoort werd in alle haast binnen de stad aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin. Aan de kwetsbare oostzijde werden nog tijdens het beleg de aanwezige zoutketen afgebroken en vervangen door haastig aangelegde wallen.

Het beleg van Haarlem was voor Alkmaar aanleiding om de verouderde stadsmuren en bastions aan te pakken. De Alkmaarse landmeter Adriaan Anthonisz ontwierp nieuwe vestingwerken. In 1573 werd hard gewerkt aan de uitvoering hiervan. Voor de aanleg was veel aarde, modder, vuilnis en bouwpuin nodig. Daarom besloot het stadsbestuur dat vanaf 12 april 1573 het vuilnis niet meer werd verpacht, maar gebruikt.

De bloedige opmars van Don Fadrique begon met de inname van Mechelen in oktober 1572, een jaar voor het beleg van Alkmaar eindigde. Hij strafte de stad vanwege steun aan de opstandelingen. Vervolgens liet hij na de verovering van Zutphen in november ook daar ter afschrikking vele mensen executeren. Dat werkte aardig: o.a. Zwolle, Kampen en Amersfoort gaven zich over. Hierna trof Don Fadrique Naarden op zijn route om opstandige steden in Holland te heroveren. Omdat de stad zich naar zijn zin niet snel genoeg had overgegeven richtten zijn troepen ook daar een bloedbad aan en staken zij Naarden in de fik.

De Spaanse troepen waren echter onrustig en gedemoraliseerd na de gebeurtenissen bij Haarlem. Bovendien hadden de soldaten al een tijd geen soldij meer gekregen.

Het leger dat Don Fadrique naar Alkmaar stuurde bestond uit ongeveer 16000 man. Het beleg begon op 21 augustus.

Met het einde van het beleg van Alkmaar was ook de bloedige veldtocht van Don Fadrique de Toledo, de bevelhebber van de Spaanse strijdkrachten in Holland, voorbij. Hij was de tweede zoon van Fernando Alvarez de Toledo, de hertog van Alva. Don Fadrique volgde zijn vader naar de opstandige Nederlanden toen deze in opdracht van de Spaanse koning Filips II vanaf 1566 met harde hand orde op zaken kwam stellen.

Het beleg van Alkmaar is onderdeel van de Tachtigjarige oorlog (1568-1648).

Op 8 oktober 1573 geven de Spanjaarden het beleg van Alkmaar op. Alkmaar is ontzet.

Het beleg van Alkmaar werd zo een overwinning die de opstandelingen een hart onder de riem stak.

Toch werd het lot van de Opstand niet in Noord-Holland, maar in Zuid-Holland beslist. Het feit dat Leiden in 1574 stand wist te houden tegen de Spaanse belegeraars was van groot strategisch belang. Was Leiden gevallen, dan was de verdediging van Den Haag en Delft onhoudbaar geweest. Mogelijk met het falen van de hele Opstand tot gevolg. Amsterdam, Haarlem en Utrecht stonden namelijk sowieso nog onder Spaans bewind. Die steden steunden de Spaanse koning.

Het beleg van Alkmaar in 1573. Detail van een schilderij (rond 1600). Bron: beeldbank Stedelijk Museum Alkmaar.

Na een reeks succesvolle belegeringen door de Spaanse troepen betekende het beleg van Alkmaar de eerste nederlaag voor de Spanjaarden. De stad werd op 21 augustus 1573 omsingeld. De inwoners en de in de stad aanwezige geuzen, strijders voor de protestantse zaak, wisten de aanvallen keer op keer te weerstaan. De opstandelingen konden dus ook winnen! ‘Bij Alkmaar begint de victorie’ is spreekwoordelijk geworden.

In 1567 was de hertog van Alva landvoogd geworden over de Nederlanden. Nadat veel steden in 1572 de zijde van de prins hadden gekozen stuurde Alva een strafleger door het land om de opstandige steden te heroveren en te straffen. Veel steden gaven zich bij het naderen van de Spanjaarden meteen over, maar er waren ook die zich verzetten en dan was het Spaanse leger genadeloos.

De uitdeling van haring en wittebrood na de opheffing van het beleg van Leiden, 3 oktober 1574. Otto van Veen, ca. 1575-1600

Portret van Kenau Simonsdr. Hasselaer. Nederland, ca. 1575-1600

Na het mislukken van het beleg van Alkmaar sloeg het Spaanse leger haar tenten op rond de stad Leiden. Gedurende het beleg, dat een jaar duurde, stierf ongeveer een derde van de bevolking van 18.000 inwoners aan de honger en de pest. Uiteindelijk werden de Spanjaarden verdreven nadat een deel van het omringende land door de troepen van Willem van Oranje onder water was gezet. Na het verjagen van de belegeraars op 3 oktober 1574 brachten de geuzen haring en wit brood naar de uitgehongerde stad. Dit ontzet wordt nog steeds jaarlijks in Leiden feestelijk gevierd.

Was een stad niet snel in te nemen, dan was belegering en uithongering de volgende tactiek. Dit overkwam de stad Haarlem, die in de winter van 1572-1573 werd belegerd. Omdat Haarlem drieduizend soldaten binnen zijn muren had, konden de aanvallen van het Spaanse leger telkens worden afgeslagen.

Gevecht tussen Hollandse en Spaanse schepen op het Haarlemmermeer, 26 mei 1573. Hendrik Cornelisz. Vroom, 1629

Moord op de verdedigers van Haarlem door Spaanse soldaten, na de overgave van de stad op 13 juli 1573. Frans Hogenberg, 1573-1575

1572-1574 Oorlogsgeweld in de Nederlanden

Na de komst van de hertog van Alva en het Spaanse leger verhevigde het protest in de Nederlanden. Een Spaanse koning als landsheer, daar hadden de meeste mensen geen moeite mee. Een Spaans leger op het grondgebied, dat was van een andere orde. Er was geen sprake meer van protest, het was oorlog.

Over het Haarlemmermeer vond de voedselbevoorrading van de stad plaats. Toen in mei 1573 de Spaanse vloot een zeeslag op het Haarlemmermeer won, werd de stad hermetisch afgesloten en de bevoorrading afgesneden. Zeven maanden duurde de omsingeling van de Spanjaarden. Toen waren in juli de schaarste en honger zó groot dat de inwoners van Haarlem wel moesten capituleren. Meer dan tweeduizend soldaten en verdedigers werden, vaak op gruwelijke wijze, geëxecuteerd.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in Zutphen, dat was veroverd door de opstandelingen. De geuzen hadden nogal huisgehouden in kerkelijke gebouwen en er waren priesters vermoord. Als vergelding sloeg het Spaanse leger in november 1572 een beleg om Zutphen. Uiteindelijk slaagden de Spanjaarden erin over de bevroren IJssel de stad binnen te komen, waar zij waar bloedbad aanrichtten. Meer dan vijfhonderd mensen werden verdronken in wakken in de rivier, anderen werd naakt de vrieskou in gedreven. Ook andere Hollandse steden, zoals Naarden en Oudewater, ondergingen een dergelijk gruwelijk lot.

Kan met voorstellingen van het ontzet van Leiden, de belegering van Alkmaar en de slag op de Zuiderzee. Adam van Vianen I, 1614

Landgangen en plunderingen van de watergeuzen

g = Bij Ameland augustus 1571 Moncheau (voor Robles).

j = Slag op het Haarlemmermeer, Brandt tegen Boshuyzen

c = Bij het Vlie op 15 juni 1570 Ruychaver tegen Amsterdamse schepen

Oranje stip = plaatsen waar plunderaars actief waren. In Friesland: Leeuwarden, Aegum, Idaard, Friens, Grouw, Irnsum, Terzool, Hommerts, Heeg, Gaastmeer, Brantgum, Aalsum, Uitwellingerga, Joure, Indijk, Holwerd en Dokkum. Groningen. Streek Ruigenhil bij Breda en Berchem bij Antwerpen.

Paarse stip = landgangen tussen maart 1571 en augustus 1571 in Den Burg en Den Hoorn op Texel, Huisduinen, Callantsoog, Petten, Camp, Groet, Schoorl, Kleins, Schagen, Haringhuizen, Barsingerhorn, Oude Niedorp, Nieuwe Niedorp, Kolhorn, Winkel in West-Friesland/Noord-Holland, Monnikendam en Schellingwoude bij Amsterdam, en Katwijk en Noordwijk aan Zee in Zuid-Holland en Oostdongeradeel en Ferwerd in Friesland, Ooltgensplaat in Zeeland, Oostduinkerke en Adinkerke in Vlaanderen bij Nieuwpoort.

Rode stip = landgangen tussen maart 1570 — mei 1570 in Midwolda en Oldeklooster in de provincie Groningen, Hallum, Vlieland en Hindelopen in Friesland

Blauwe stip = landgangen tussen september 1570 en februari 1571 in Anjum, Ameland en Workum in de provincie Friesland

f = Voor Emden op 23 juni 1571 Roobol tegen Boschuyzen

Gele stip = landgangen tussen januari 1572 en 1 april 1572 in Vlieland, Sexbierum, Makkum, Wieringen, Texel, Schoorl, Egmond.

k = Slag op de Zuiderzee, Cornelis Dirksz tegen Bossu

Groene stip = landgangen tussen augustus 1569 tot december 1569 (Holwierde, Uitwierda, Farmsum, Oterdum, Termunten, Reide — in de provincie Groningen, Ameland, Terschelling, Vlieland en Anjum — in de provincie Frieland)

Amsterdam bleef van 1572-1578 koningsgezind, terwijl andere Hollandse steden zich in deze jaren achter Willem van Oranje schaarden. Om de Spaansgezinde stad te dwarsbomen, blokkeerde een geuzenvloot in de Zuiderzee regelmatig de waterweg naar Amsterdam. Halverwege 1573 was de hertog van Alva hier klaar mee en gaf opdracht om de geuzenvloot van de Zuiderzee te verjagen en West-Friesland aan te vallen. Voor dat doel werd in Amsterdam een vloot van twaalf schepen en zes jachten gebouwd, die op 12 september gereed kwam. Het admiraalsschip, dat zeer toepasselijk “Inquisitie” heette, was een zwaarbewapend gevaarte en zou, onder bevel van de Henegouwer Maximiliaan van Hénin-Liétard – Maximiliaan van Bossu (1542-1578) -, de aanval op de geuzenvloot leiden.

Beker van Bossu (Westfries Museum) NB. ‘den elfden dag’ moet zijn ‘de twaalfden dag’, omdat Bossu op die dag gevangen werd genomen.

Schilderij van de slag door J. Blanckerhoff, lijst door J. Kinnema

Maximiliaan van Hénin-Liétard, graaf van Bossu In de maanden voor de Slag op de Zuiderzee hadden de geuzen al enkele belangrijke overwinningen behaald. Op 1 april 1572 veroverden de watergeuzen Den Briel, gevolgd door Vlissingen op 22 april 1572. Op 21 mei voegde Enkhuizen zich bij de prinsgezinden.

Op 11 oktober draaide de wind. De geuzen benutten dit door de aanval in te zetten op de Spaanse vloot. Opnieuw werd er zwaar gevochten. De tactiek van de geuzen was om de Spaanse schepen te enteren om aan boord man tegen man te vechten, dit omdat de geuzen veel minder munitie dan de Spanjaarden hadden. Als extra bescherming hadden de Noord-Hollanders visnetten voor de romp van hun schepen gespannen. Daarmee konden zij de Spaanse kanonskogels opvangen, zodat die niet teveel schade aanrichtten.

Jan Haring, een onverschrokken matroos die ook een heldenrol had tijdens de Slag op de Diemerdijk (2 juni-17 juli 1573), klauterde op 12 oktober in de vlaggenmast van het Spaanse vlaggenschip, nadat Bossu’s schip een dag eerder was vastgelopen in ondiep water door een enterpoging van de geuzen. Onder enorm gejuich van de geuzen sneed Haring de admiraalsvlag los, maar toen hij weer naar beneden klom werd hij neergeschoten en viel hij in zee. Andere geuzen hakten vervolgens de mast van het vlaggenschip “Inquisitie” eraf. Toen de andere Spaanse schepen dit zagen, sloegen ze op de vlucht naar Amsterdam.

D e Slag op de Zuiderzee, ook wel de Slag van Bossu geheten, was een zeeslag uit de Tachtigjarige Oorlog. Het zeetreffen vond (met een onderbreking) plaats van 3 tot 12 oktober 1573 tussen de watergeuzen en een Spaanse vloot, op de Zuiderzee nabij Hoorn en Marken. De slag werd gewonnen door de watergeuzen en leidde een periode van bloei in voor de Westfrieze steden Hoorn en Enkhuizen.

Ter herdenking aan de Slag op de Zuiderzee, beitelde men boven de ingang van het voormalige weeshuis in de Achterstraat in Hoorn, waar Bossu vastzat, de volgende tekst:

De Spaanse bevelhebber Hénin-Liétard, heer van Bossu, bleef als enige achter. Om te voorkomen dat hij en zijn mannen gedood werden, gaf hij zich over aan de geuzen. Bossu werd gevangengenomen – samen met 200 Spaanse matrozen – en vervolgens drie jaar lang, tot de Pacificatie van Gent (1576), opgesloten in het voormalige weeshuis van Hoorn. De 200 gevangen Spaanse matrozen ruilden de geuzen voor 200 prinsgezinden die bij het bezet van Haarlem gevangengenomen waren.

Na zijn vrijlating in 1576, waarbij Bossu werd omgeruild voor Marnix van Sint-Aldegonde (1540-1598), koos Bossu de kant van de Prinsgezinden. Hij speelde nog een rol bij de totstandkoming van de Unie van Brussel in 1577, waar onder andere de Pacificatie van Gent geratificeerd werd. Bossu slaagde er op 11 februari 1577 na onderhandelingen in om de Spaanse troepen uit de belegerde Vredenburg te doen vertrekken en zo de stad Utrecht (net als later o.a. Schoonhoven, Muiden en Weesp) aan de zijde van de Staten-Generaal te brengen.

1573 приказ

De eerste schermutselingen in de aanloop naar de Slag op de Zuiderzee vonden plaats van 3-6 oktober 1573. De watergeuzen lagen met een vloot van 25 schepen bij Marken, onder leiding van Cornelis Dirkszoon (ca.1542-1583), de burgemeester van Monnickendam. Met name op 5 en 6 oktober vonden er onderling beschietingen plaats en vielen er aan beide zijden veel slachtoffers. Daarna kwam de strijd bijna een week stil te liggen, vanwege ongunstige wind. De strijd bleef nog onbeslist.

In het Westfries Museum in Hoorn wordt uitgebreid aandacht besteed aan de Slag op de Zuiderzee. Het museum toont onder meer verschillende schilderijen van de slag. Topstuk is de zogenaamde beker van Bossu, een vergulde, zilveren beker die werd buitgemaakt op de admiraal in Spaanse dienst. Het opschrift op de rand van zijn beker luidt ‘Rien ou Comtes’, niets of graaf.

Er komt geen hulp van andere steden. Alkmaarders maken voorraden van gerst en rogge. Het stads­ bestuur koopt zoveel mogelijk munitie.

De dag van de grote Spaanse aanval. Het gedonder van kanonnen is tot in Amsterdam te horen. Grote schade aan huizen en vestingwerken. De vijand valt overal aan: de Friese Poort wordt bestormd. Met een stormbrug proberen de Spanjaarden de gracht bij de Rode Toren over te steken. Ook bij de Kennemerpoort wordt een stormbrug aangevoerd. Bij de Zoutketen naderen schepen met soldaten. Het is nu erop of eronder! Vanaf de wallen wordt op de aanvallers geschoten. Mannen, vrouwen, jongens en meisjes smijten met stenen, pek, kalkwater en hete pekel naar de soldaten. Dit schrikt de Spanjaarden niet af. Driemaal wordt de Friese Poort bestormd. Aanval afgeslagen. Ook de bestorming van de Rode Toren mislukt, want de Spanjaarden krijgen de zware stormbrug nier over de gracht.

Het Geuzenleger eist de stad Alkmaar binnen­ gelaten te worden. Het stadsbestuur voelt daar weinig voor.

Een Spaanse schijnaanval op de Kennermerpoort om de Alkmaarders in verwarring te brengen. In de dagen hierna volgen schermutselingen en schijn­ aanvallen. Intussen heeft de Alkmaarse stads­timmerman Maerten Pietersz. van der Meij, met brieven verborgen in een polsstok, in Schagen Sonoy bereikt. Weer wordt hierin om hulp gevraagd.

dringen de stad binnen. Zij forceren hiervoor vermoedelijk een van de stadspoorten. Vele burgers vluchten voor de Spanjaarden.

De Spaanse soldaten krijgen extra geld. De rust is teruggekeerd en de soldaten willen weer vechten.

Eindelijk geeft Sonoy de opdracht de sluizen te openen en de dijken door te steken. De omgeving van Alkmaar komt onder water te staan. Het Spaanse leger blijft in de modder steken.

De Geuzen liggen nog steeds voor Alkmaar. Uit het zuiden nadert het Spaanse leger. De Geuzen

Haarlem wordt ingenomen door het Spaanse leger en komt onder Spaans gezag. Het verzwakte Spaanse leger rukt op naar Alkmaar.

Hieronder is van dag tot dag de chronologie van het Ontzet in 1573 beschreven.

De eerste Spaanse aanval bij de Runmolens aan het Zeglis om de toevoer naar de stad af te sluiten. Er sneuvelen Alkmaarse burgers. De Spaanse aanvoerder Ignatio de Medinilla wordt dodelijk gewond. De Spanjaarden bestormen de schans tussen Zeglis en de Schermer. Velen verdrinken.

Chronologie van het Ontzet in 1573

De Spanjaarden komen aan bij de Koedijker sluis. Ze slaan hun tenten op in Oudorp, Huiswaard, Sint Pancras, Koedijk en Bergen. Alkmaar wordt omsingeld.